Deze werkvorm is een debat- of discussiemethode waarbij elke student drie verschillende stellingen formuleert. Het doel is om deelnemers uit te dagen hun mening helder te verwoorden en te verdedigen ten opzichte van elk van de stellingen. Deze methode stimuleert kritisch denken, scherpt argumentatievaardigheden aan en bevordert het vermogen om verschillende perspectieven te begrijpen en effectief te communiceren.
Werkvorm
Drie stellingen
- Doel van activiteit
-
- Kritisch denken
- Aantal studenten
-
- Kleine groep
- Medium groep
- Grote groep
- Tijdsduur
-
- < 60 minuten
- > 60 minuten
- Lesfases
-
- Tijdens de les
- Synchroon
-
- Synchroon
- Asynchroon
- Voorbereidingstijd
-
- < 30 minuten
Studenten formuleren drie stellingen over de bestudeerde stof ter voorbereiding op een debat.
Stappenplan
1. Voorbereiding
Voor de bijeenkomst formuleren alle studenten drie stellingen:
- een positief kritische stelling waarin de student aangeeft wat een sterk of belangrijk punt geacht wordt in de literatuur;
- een negatief kritische stelling waarin de student aangeeft wat een zwak, onjuist of onlogisch punt wordt geacht in de bestudeerde literatuur;
- een op de praktijk gerichte stelling waarin de student aangeeft welke consequenties of toepassingsmogelijkheden voortvloeien uit de in de literatuur behandelde denkbeelden of concepten.
De stellingen kunnen op een discussieforum gezet worden zodat studenten van te voren weten welke stellingen er zijn.
2. Tijdens de bijeenkomst
In het college wordt over een selectie van de ingeleverde stellingen gediscussieerd. De docent kan feedback leveren op de individuele stellingen van de studenten middels het forum.
3. Afsluiting
De docent sluit af met een samenvatting van de discussie en geeft feedback op de argumenten van de studenten.
Voorwaarden voor een gewenst resultaat:
- Het onderwerp moet geschikt zijn voor een discussie en verschillende standpunten.
- Studenten moeten voldoende voorkennis hebben over het onderwerp.
- De groepjes moeten niet te groot zijn, zodat er voldoende ruimte is voor discussie en interactie.
- Het onderwerp moet interessant zijn voor de studenten.
- De stellingen moeten goed geformuleerd zijn en verschillende standpunten bieden.
- De docent moet zorgen voor een veilige en respectvolle discussieomgeving.
- De docent moet feedback geven op de argumenten en presentatie van de studenten.
Materialen:
- Bord of beamer om de stellingen op te projecteren.