Geef de studenten de opdracht om het werk te maken. Hier zijn varianten mogelijk: voor iets heel korts kan je het in de les laten doen, maar je kunt het ook opgeven als huiswerk. Bepaal of studenten het op papier (in veelvoud) moeten meenemen, moeten inleveren in PeerReview of met elkaar delen via mail of teams. Bedenk ook of ze elkaars werk al gelezen moeten hebben voor de volgende stap of er blanco instappen.
Feedback geven:
Leg uit hoe de feedback gegeven moet worden: concreet en met argumenten. Zorg dat de feedback constructief is en gericht op verbetering. Laat de studenten in hun groepje bij elkaar zitten. Laat hen elkaars werk beoordelen aan de hand van de criteria en feedback geven. Laat hen noteren wat ze goed vinden aan het werk en wat er verbeterd kan worden.
Feedback ontvangen:
Stimuleer de studenten die feedback ontvangen om vragen te stellen en te vragen om verduidelijking van de feedback.
Geef na een bepaalde tijd (bijvoorbeeld 10-15 minuten) een signaal om door te wisselen naar het volgende werk. Laat de studenten telkens hun feedback achterlaten op het werk van de student.
Laat de studenten hun werk verbeteren op basis van de feedback die ze hebben ontvangen.