Discussieforum

Een online discussieruimte waarin studenten reageren op een vraag of onderwerp.

Een discussieforum is een online discussieruimte waarin studenten berichten plaatsen als reactie op een vraag of onderwerp. Ze leren hiermee informatie verzamelen, een standpunt innemen, argumenteren en feedback geven op medestudenten. Ook versterken ze hiermee hun communicatieve vaardigheden. En discussiëren verhoogt de betrokkenheid van studenten.

Het voordeel van een online asynchrone discussie is dat de studenten niet op hetzelfde moment online moeten zijn. Hierdoor krijgen ze tijd om zaken op te zoeken en na te denken over de formulering van hun bericht. Dat verhoogt de kwaliteit van de inbreng.

Het inzetten van een discussieforum moet een plek hebben in het ontwerp van de course of module zodanig dat het voor de studenten relevant en zinvol is eraan bij te dragen. Deze werkvorm wordt bijvoorbeeld vaak gecombineerd met een andere werkvorm, zoals een synchroon werkcollege. Als docent kun je dan studenten de opdracht geven om over een bepaald topic te discussiëren op het discussieforum, en die discussie kan dan de insteek vormen voor een vervolgactiviteit.

Er zijn verschillende mogelijkheden om een online discussiegroep te gebruiken:

  • Je houdt als docent toezicht op de discussie maar intervenieert alleen als het echt nodig is, bijvoorbeeld om de discussie weer in een goede richting te duwen, misvattingen uit de wereld te helpen, of de discussie nieuw leven in te blazen.
  • Je volgt alle gesprekken nauwgezet en draagt bij. Dat brengt uiteraard heel wat werk met zich mee, maar zorgt meestal voor inhoudelijk hoogstaandere discussies. Hier staat tegenover dat een aantal studenten minder zal gaan bijdragen uit voorzichtigheid.

Wat de beste vorm is hangt af van het leerdoel, de voorkennis, en de plek die het forum heeft in het geheel van de leeractiviteiten.

Stappenplan

1. Bepaal het doel van de discussie

De discussie kan bijvoorbeeld tot doel hebben studenten vaardigheden te laten verwerven op het gebied van meningsvorming en argumentatie. Een ander doel kan zijn dat studenten inzicht en begrip opdoen door de interpretatie die medestudenten van een bepaald onderwerp hebben te reflecteren op de eigen interpretatie.

2. Formuleer een stelling

Een goede stelling:

  • gaat over een onderwerp dat goed afgeperkt is;
  • sluit aan bij het taalniveau van studenten;
  • sluit aan bij de interesse van studenten en/ of bij actuele onderwerpen;
  • probeert studenten te overtuigen, hun mening te veranderen of spoort hen tot actie aan;
  • adresseert een probleem waarvoor geen eenvoudige oplossing bestaat of stelt een vraag waar geen absoluut antwoord op te geven valt;
  • presenteert een mening waar studenten het radicaal mee oneens kunnen zijn.

3. Bedenk maatregelen om actieve participatie in de discussie te stimuleren

Overweeg of beloningen of sancties nodig zijn. Beloningen of sancties worden bepaald aan de hand van het al dan niet voldoen aan de eerder opgestelde kwalitatieve of kwantitatieve criteria. Houdt er rekening mee dat dit je bij veel bijdragen aan de discussie veel tijd zal kosten. Weeg zorgvuldig af of die inspanning wel opweegt tegen het effect daarvan.

Voorbeelden van beloningen bij actieve participatie:

  • vrijstelling voor bepaald onderdeel
  • bonuspunt op tentamen/eindcijfer
  • (deel)cijfer

Voorbeelden van sancties bij non-participatie:

  • extra opdracht(bijvoorbeeld de discussie samenvatten)
  • een laag (deel)cijfer

4. Beslis hoeveel bijdragen iedere student aan de discussie moet leveren

Het is zinvol studenten te verplichten niet alleen op de stelling te reageren, maar ook op elkaar. Op die manier voorkom je dat de discussie in de eerste week doodbloedt en dwing je de studenten ook dieper na te denken over de meningen en argumenten van medestudenten, waardoor ze op een hoger begripsniveau komen. De docent kan de studenten zelf laten kiezen op wie ze reageren, maar kunnen het reageren ook geheel organiseren (bijv. student 1 reageert op student 2 of voorstanders van de stelling reageren op tegenstanders en andersom, enz.).

5. Bepaal de deadlines waarop de bijdragen op het discussieplatform geplaatst moeten zijn

Om een actieve discussie op gang te brengen, is het belangrijk dat studenten op elkaars bijdragen kunnen reageren. Dit lukt alleen als iedereen op tijd iets plaatst. Duidelijke deadlines zorgen ervoor dat studenten betrokken blijven en dat de discussie binnen de gewenste periode actief blijft. 

Een praktische manier om dit te organiseren is het werken met een weekplanning. Een voorbeeld daarvan ziet er als volgt uit: 

  • Begin van de week: de docent plaatst een stelling op het discussieplatform. 
  • Binnen 5 dagen: iedere student reageert op de stelling. 
  • Binnen de 5 dagen daarna: studenten reageren op bijdragen van twee medestudenten. 
  • Binnen 3 dagen daarna: studenten reageren op de reacties die ze zelf hebben ontvangen. 

6. Beslis over de mate waarin en de manier waarop je als docent intervenieert in de discussie

Het is raadzaam voor de start van de discussie na te denken of je als docent zelf ook bijdragen levert aan de discussie (inhoudelijke interventie), en/ of je organisatorisch ingrijpt (procesmatige interventie) en hoe vaak je dat zult doen (dagelijks, wekelijks, maandelijks…). Het is noodzakelijk dat studenten hierover ook geïnformeerd worden. Wanneer je als docent namelijk zelf niet participeert in de discussie zonder dat de studenten dit vanaf de start van de discussie weten, kunnen de studenten gaan denken dat de discussie niet belangrijk is, waardoor de motivatie van de studenten om actief te participeren in de discussie kan afnemen.

7. Formuleer criteria voor beloningen/sancties

Voorbeelden van kwalitatieve beoordelingscriteria:

  • de focus van de bijdrage moet liggen op de initiële stelling
  • de bijdrage moet duidelijk en ondubbelzinnig zijn
  • de bijdrage moet met minimaal 2 argumenten onderbouwd zijn
  • de bijdrage daagt uit tot reageren
  • uit de bijdrage moet duidelijk blijken dat relevante literatuur gelezen is, bijvoorbeeld doordat studenten in hun argumentatie refereren aan artikelen

 

Voorbeelden van kwantitatieve beoordelingscriteria:

  • de groep moet minimaal 3 bijdragen per collegeweek leveren
  • de groep moet elke week op de bijdragen van 2 andere groepen reageren
  • de student moet tijdens het trimester minimaal 10 bijdragen aan de discussie hebben geleverd

8. Beslis de manier waarop wordt bepaald wie voor een beloning/sanctie in aanmerking komen

Wanneer wordt beoordeeld a.d.h.v. kwalitatieve beoordelingscriteria:
Beoordeel de bijdragen aan de discussie op de mate waarin aan de criteria is voldaan. Geef iedere bijdrage die (in grote lijnen) aan de criteria voldoet een plus en ieder bijdrage die niet of nauwelijks aan de criteria voldoet een min. Tel de plusjes die de verschillende bijdragen per student hebben opgeleverd bij elkaar op. Bepaal bij hoeveel punten studenten recht hebben op een beloning. Studenten met minder punten hebben kwalitatief lage bijdragen aan de discussie geleverd en hebben geen recht op de beloning/ krijgen een sanctie opgelegd.

Tip: in plaats van iedere bijdrage afzonderlijk te beoordelen kan ook het totaal aan bijdragen worden gescreend en worden beoordeeld met een plus of min.

Wanneer wordt beoordeeld a.d.h.v. kwantitatieve beoordelingscriteria:
Tel de individuele bijdragen die studenten hebben geleverd bij elkaar op. Beloon studenten die voldoende bijdragen aan de discussie hebben geleverd en leg studenten die dit niet hebben gedaan een sanctie op.

9. Formuleer de opdrachtomschrijving

Bij het formuleren van de opdrachtomschrijving kun je rekening houden met de volgende vragen:

  • Relevantie: wat is het doel van de discussieopdracht? Wat zijn de beloningen/sancties bij actieve participatie/non-participatie in de discussie? Participeer je als docent ook in de discussie en zo ja, op welke manier en hoe vaak?
  • Inhoud: aan welke inhoudelijke (kwalitatieve) criteria moeten de bijdragen voldoen? Wat is de maximale omvang van de bijdragen (tekst met een omvang groter dan een beeldscherm is te lang en onprettig om vanaf het beeldscherm te lezen)? Welke literatuur kan voor het geven van argumenten eventueel geraadpleegd worden?
  • Beoordeling: hoeveel bijdragen moet iedere student aan de discussie leveren? Hoe wordt besloten wie voor beloningen/sancties in aanmerking komt?
  • Instructies voor het inleveren: wanneer moeten de verschillende bijdragen worden ingeleverd (deadlines)? in welk discussieforum zal de discussie plaatsvinden? Hoe kunnen de studenten een nieuw bericht aanmaken? Een discussieforum blijft overzichtelijk wanneer studenten een bericht aanmaken via de reply knop. De bijdrage komt op die manier precies onder het bericht te staan waarop gereageerd wordt (boomstructuur).

Voorwaarden voor een gewenst resultaat:

  • Toegang tot een online platform waar de discussie kan plaatsvinden
  • Instructies voor studenten over hoe het forum werkt en wat er van hen wordt verwacht
  • Een duidelijke en goed geformuleerde vraag of stelling om de discussie te starten
  • Facilitatie en moderatie van de discussie door de docent

.

Werkt nog beter met:

  • Een goed gekozen onderwerp en duidelijke vraag of stelling
  • Actieve deelname van studenten
  • Een veilige omgeving waar studenten vrijuit kunnen communiceren
  • Een goede moderatie en facilitatie van de discussie door de docent